Nationale Havana, Alaska, Gouwenaar, Luchs, Parelfeh, Beige en Marburgerfehclub

De Gouwenaar : artikel van H Smit dat ook afgedrukt werd in 2007 in het Kleindierenmagazine.

Konijnen met potloodbeentjes en muizenkopjes ……….? ? ?

  

     Op “Konijnenplaza” ‘n website waar fokkers ervaringen uitwisselen over het houden van , en fokken met raskonijnen viel mij een discussie op over het stoppen met de Gouwenaarfok door een oudere fokker , en de intentie van fokkers om enkele dieren over te nemen en ze te behoeden voor ’n enkele reis naar ”onbekende bestemming”.

Het is ’n feit dat de Gouwenaar vooral de laatste jaren op steeds minder belangstelling van de doorsnee fokker rekenen.

Uit bovenstaande zaken  blijkt dat de Gouwenaarfok in de problemen dreigt te geraken, en wat publiciteit kan de Gouwenaar dan ook wel gebruiken.

Omdat de Nationale Havana-,Alaska-,Gouwenaar-,Luchs-,Parelfeh-,Beige-en Marburgerfeh-Club , kortweg de”Zevenrassenclub” de belangen van de Gouwenaar behartigd, heb ik de webpagina “doorgelinkt” naar Jan Meutstege , (voorzitter van de Zevenrassenclub).

Per omgaande kwam per mail het verzoek om, als oudere Gouwenaarfokker ’n stukje te schrijven over mijn ervaringen met de Gouwenaarfok, en vooral over de “problemen” waar we  in de praktijk mee te maken hebben. Aangezien het wel en wee van de Gouwenaar mijn interesse heeft doe ik maar een poging om ’n leesbaar stukje te schrijven. Misschien  kan ik zo nog wat meer mensen interesseren in de fok van dit Nationale konijnenras.

Bij de Zevenrassenclub is het aantal leden dat nog “ aan de weg  timmerd “ met Gouwenaars, de laatste jaren drastisch gedaald. Het overlijden van enkele zeer actieve oudere  fokkers, ik denk o.a. aan de heren  v.d.Sluis en Hydra, is ’n aderlating voor de fok van Gouwenaars. Ook het stoppen met de fok door ouderen brengt de Gouwenaarfok in de problemen. Gelukkig zijn er de laatste jaren toch nog enkele fokkers begonnen met  Gouwenaars, maar volgens  Klaas Hoornsman (secretaris/penningmeester v.d. Zevenrassenclub)  zijn er nog slechts acht leden die Gouwenaars fokken . (Mogelijk zijn er ook nog enkele fokkers in den lande, welke geen clublid zijn, maar erg veel zullen het er niet zijn.) 

Het ras dat in het jaar 1920 voor het eerst geshowd werd, heeft duidelijk behoefte aan meerdere serieuze fokkers.

Vaak wordt door enthousiaste starters, toch weer snel overgestapt naar ’n  ras uit de meer populaire hoek en dat schiet natuurlijk niet op. Het is ook ’n groot verschil wanneer je bijvoorbeeld de kop en het beenwerk van de Alaska vergelijkt met hetgeen de Gouwenaar te bieden heeft……(maar ja, je kunt geen Gouwenaars in Duitsland halen om het ras te verbeteren….!!).  De door sommigen gebezigde uitspraken over zgn. “muizenkopjes” of “potloodbeentjes” vind ik erg overdreven en negatief naar de serieuze en volhoudende fokkers van dit ras, want er is wel degelijk vooruitgang op deze punten. Dergelijke opmerkingen dragen ook zeker niet bij aan een bredere interesse voor een ras dat in het “verdomhoekje” zit…..!

Het zou goed zijn als dit nog maar weinig gefokte ras terug in de schijnwerpers komt. Ook voor ervaren fokkers zou het een uitdaging kunnen zijn om enkele Gouwenaars naast hun andere ras(sen) te fokken. Ik hoop op wat doorzetters die over een wat langere adem beschikken, en niet bij tegenvallende showresultaten maar snel weer stoppen.

Om uberhaubt vooruitgang te boeken zal er mijns inziens zowiezo “ingekruist” moeten worden. De mensen van de discussie op” Konijnenplaza” hadden al nagedacht over mogelijke rassen die in aanmerking komen om in te kruisen bij de Gouwenaar. De Beige en de Marburgerfeh kwamen uiteraard als  eerste mogelijkheid naar voren, maar het schijnt ’n kruising met ’n ander ras te zijn. Er is door de jaren heen al het nodige uitgeprobeerd en voorzover mij bekend zijn ook de Blauwe Wener, de ivoorkleurige Satijn, de Thuringer, de Rex, de Havana, en de Luchs in beeld geweest, maar opzienbarende resultaten heeft het niet opgeleverd.

 Uit sommige kruisingen vallen alleen zwarte jongen, maar in de F2 zitten dan meestal wel weer blauwe jongen , die uiteraard wat donker van kleur zullen zijn. De voor Gouwenaarfok  geschikte blauwe jongen zijn herkenbaar aan de rode vuurgloed in de ogen.

In het algemeen is de Gouwenaar een relatief rustig en niet agressief dier, is soms wat schuw van aard, maar is zeker geen moeilijk konijn om mee te fokken .

Ook de vruchtbaarheid van de voedsters geeft meestal geen enkele reden tot klagen . De voedsters zijn in doorsnee “zeer willig” naar de ram toe, en de jongen komen dan ook bijna “op bestelling”, ook in de winter. Dit is vooral ’n prettige eigenschap bij het inkruisen met ’n ander ras omdat je dan in het zelfde jaar al ‘n tweede generatie kunt fokken.

Dat het “stellen” geen eigenschap  van de Gouwenaar is behoeft geen betoog .Training helpt natuurlijk wel wat, maar het is duidelijk een aangeboren eigenschap, en jongen zullen ook grotendeels deze karaktertrek tonen. Er is al duidelijk wat verbetering zichtbaar, maar er zal toch nog  meer moeten gebeuren om de keurmeesters tevreden te stellen. Dus zoveel als mogelijk hierop selecteren.

De kleur van de Gouwenaar is op ’n behoorlijk peil, en de verschillen in dekkleur zijn vaak het gevolg van inkruisen, of de “naweeën daarvan. Het is zo dat ook uit iets donkere dieren  weer dieren vallen welke ’n behoorlijke kleur laten zien, mits bij de voorouders ook dieren met de juiste kleur zijn “gebruikt”. Het probleem is dat als de kleur weer ZG is, bouw en type  vaak weer nagenoeg gelijk zijn aan de doorsnee Gouwenaar , op ’n enkele uitzondering na.     Het idee om de Gouwenaar in een wat donkerdere blauwe kleur te gaan fokken zal m.i. averechts werken, en alleen maar het afhaken van fokkers tot gevolg hebben, want de Gouwenaar ontleent zijn bestaansrecht aan de exclusieve kleur welke bij geen enkel ander ras in dezelfde kwaliteit aanwezig is..! !

De kwaliteit van de pels is meestal Zeer Goed, tot Fraai. Opvallend is wel de wat kortere pels, waardoor de Gouwenaar qua kop en beenwerk ook optisch wat achterblijft bij andere rassen met een wat langere beharing.

 

 

 Soms zie je ongelijke nagelkleur, en dan vaak aan de voorbenen. Bij overjarige dieren lijkt dit dan op bijna kleurloze nagel(s), en het predikaat  O. is dan snel gegeven door “de keurmeester” (ik spreek uit ervaring), dus probeer deze dieren zo mogelijk uit te sluiten voor de fok. De nagelkleur van Gouwenaars met een wat donkere dekkleur is in het algemeen niet beter dan van de lichter gekleurde dieren.

Een andere “moeilijkheid” is (of was) de chronische “natte neus”, deze niet te verwarren met verkoudheid, want dat is meestal na enige dagen weer over.  Naar mijn idee is het beter om niet al teveel te gaan “dokteren”. Beter voor de langere termijn lijkt mij om “natte neuzen” uit te sluiten voor de fok, want deze dieren zullen de eersten zijn die besmetting met “snot” oplopen.  Zo’n jaar of tien geleden was dit ’n groot probleem ,maar het is opvallend minder geworden, evenals ook het wammen probleem, dit gezien het aantal ingezonden Gouwenaar-voedsters op de NBT van 2007 ! ! Maar het blijft opletten want het “hard” voeren van de dieren, zal ook bij de rammen soms ’n kraagje tot gevolg hebben. (Dit is trouwens geen specifiek Gouwenaar-probleem). 

 

 

Wat mij eigenlijk het meeste verbaasd heeft  is dat, heb je ’n dier gefokt wat duidelijk beter van bouw en type is, en ook de juiste kleur laat zien, de jongen hiervan toch vaak weer wat minder zijn…..  Het is vaak of verbetering van de  bouw, met een wat mindere kleur, of de goede kleur op een wat mindere bouw, en zo blijft je bezig met “toevallige uitschieters”. De enige remedie om de kwaliteit van de Gouwenaar structureel te verbeteren  lijkt mij, om met ’n grotere groep van konijnenfokkers gezamenlijk hiermee aan de slag te gaan. Je hebt dan minder problemen bij het vastleggen van bepaalde eigenschappen ,want valt er ’n dier weg uit ’n bepaalde lijn, dan kun je bij medefokkers mogelijk ’n verwant dier, of een dekking ”halen”  zodat de beoogde lijn doorgezet kan worden . Ook het koppelen van de  “topdieren” zou een goede zaak zijn om zo te testen of deze dieren goed vererven.

Mogelijk zou een keurmeester wat ondersteuning kunnen geven over erfelijke factoren enz, en misschien zien keurmeesters in den lande op clubshows nog “onbekende” Gouwenaarfokkers die goede dieren hebben. Of zijn er misschien keurmeesters die genegen zijn om ook Gouwenaars te gaan fokken….????

 

Dus daarom de vraag aan geinteresseerden contact op te nemen met de Zevenrassenclub of een van de Gouwenaarfokkers.

Ik ben benieuwd…

                                                                                                   

 

 “Zevenrassenfokker”                                             

 Henk Smit.